CVO GENT

In de bijzin worden de werkwoorden (PV en andere werkwoorden) achteraan in de zin geplaatst.


Indirecte rede

Met "dat"

zeggen, vinden, denken, weten, geloven, beloven, hopen, zeggen, horen, zien, ...
+ DAT + BIJZIN


Met "of"

JA/NEE-VRAAG (= zonder vraagwoord): OF + BIJZIN


Met een vraagwoord

Andere vraagwoorden:

VRAAG MET VRAAGWOORD: VRAAGWOORD + BIJZIN

Naar boven


Onderschikkende voegwoorden

omdat

OMDAT drukt een reden uit.

WANT + HOOFDZIN
→  want + S + PV + rest + andere werkwoorden

OMDAT + BIJZIN
→  omdat + S + rest + PV + andere werkwoorden


als

ALS drukt een voorwaarde uit.

ALS + BIJZIN → ALS is een onderschikkend voegwoord

als + S + rest + PV + andere werkwoorden

Het kan ook zo :


toen

TOEN drukt een éénmalige handeling in het verleden of een periode in het verleden uit.

Na TOEN gebruik je OVT (imperfectum).

TOEN + BIJZIN → TOEN is een onderschikkend voegwoord

toen + S + rest + PV + andere werkwoorden

TOEN + OVT (imperfectum)

Het kan ook zo:

Toen het vijf uur was, ging iedereen naar huis. (inversie!)

Naar boven